Judge a record by its cover: Buraka Som Sistema x Stephan Doitschinoff

Beoordeel een plaat nooit aan de hand van zijn cover of je kan een muzikale miskoop in huis halen. Da’s de regel van de muziekliefhebbers. In deze rubriek doe ik dat net wél en zet ik eens de artiest achter het ontwerp in de spotlight. De wederhelft deed toch al de muzikale keuring voor mij, ha, handig.

Eentje die er altijd tussenuit springt voor mij door de levendige kleuren en mysterieuze symboliek: de cover van ‘Komba’ van Kuduropartyploeg Buraka Som Sistema. Geen clichéschedel, maar één vol kleine schilderijtjes die nieuwsgierig maken naar meer.

Man achter de cover is de Braziliaanse kunstenaar Stephan Doitschinoff. Geen kleine garnaal, zoveel is zeker: zijn werk was al te bezichtigen in verschillende gerenommeerde musea en Gestalten heeft al enkele boeken over hem uitgegeven.
Doitschinoff gaat geen enkel medium uit de weg: schilderijen, installaties, muziek, performance (heuse stoeten zelfs), hij doet het allemaal. Religieuze en militaire symboliek gebruikt hij om net tegen het systeem in te gaan. Hij vervormt symboliek en ideologie om hedendaagse thema’s in vraag te stellen.

Oh, en als je denkt dat je zijn werk al ergens elders op een hoes gezien hebt, dan ben je misschien fan van het zwaardere genre: hij ontwierp ook al enkele covers voor Sepultura.

doitschinoff.com

Nijntje huilt

Foto: ANP Kippa

Bij nieuwsberichten van overlijdens ben ik meestal niet geneigd om R.I.P.-berichten op de sociale media te zwieren, maar voor Dick Bruna maak ik bij deze een uitzondering. Gewoon: omdat zijn illustraties in mijn kinderbrein gebrand zijn. Omdat eenvoud best moeilijk is. En omdat de meneer die ons Nijntje gegeven heeft, nog véél meer getekend heeft: ruw geschat een 2000-tal (!) boekomslagen om maar iets te zeggen, onder andere voor de Zwarte Beertjes, een boekenreeks van de uitgeverij van zijn vader.

En mochten jullie je afvragen wie er nu eerst was: Nijntje of Hello Kitty? Jawel, Nijntje.

R.I.P. Dick.

Vakliteratuur: ‘Why fonts matter.’

Lettertypes, ik heb er al meermaals mijn hoofd over gebroken. Keuze te over tegenwoordig: we leven niet meer in een tijd waar letters in blokjes gegoten worden, maar voor het grijpen liggen op het wereldwijde web. Voor ontwerpen ga ik vaak op zoek naar het juiste type (wel ja) om de boodschap perfect over te brengen. Af en toe probeer ik ze ook gewoon zelf te tekenen als ik geen vind die in het plaatje past. Zo ‘tekende’ ik het lettertype voor mijn logo gewoon zelf. Even een blik op de voorgaande schetsen:

Wat het geworden is, zien jullie hier bovenaan deze website.

Voor ontwerpen in opdracht leveren lettertypes vaak nog wat meer denkwerk op. Uiteindelijk moeten ze toch vooral de opdrachtgevers aanspreken. Voor een geboortekaartje voor een jongen ga ik zwierige lettertypes met een overvloed aan krulletjes uit de weg, want… ja, waarom eigenlijk?

‘Why fonts matter.’ is hier duidelijk over. Anders zou er geen punt in de titel staan. Lettertypes wekken een gevoel op, een associatie en ja, zelfs smaken en emoties.
Auteur Sarah Hyndman begon haar carrière als freelance grafisch designer en werkt nu als type consultant. Ze organiseert type tastings en geeft workshops over typografie. In ‘Why fonts matter.’ legt ze op een speelse manier via een resem testjes en (héél veel) beelden uit hoe lettertypes ons beïnvloeden. Een lettertype kan een product duur of goedkoop maken. Een lettertype kan iets luchtig of serieus doen lijken.

Dit boek gaat duidelijk voor het entertainmentgehalte. Foto’s van lettertypes, afbeeldingen van lettertypes, lettertypes in àlle geuren en kleuren, zoveel zelfs dat je het gevoel krijgt dat je gedwongen wordt tot hyperactief lezen: je ogen springen voortdurend van de ene kant van de pagina naar de andere, of naar een àndere pagina als je de oplossing op een quizvraag wil weten.

Hyndman haalt veel wetenschappelijk onderzoek erbij, maar claimt nergens om zelf de harde waarheid over bepaalde lettertypes in pacht te hebben: ze toont gewoon hoe toch vaak blijkt dat de meerderheid van de testkonijnen voor dezelfde associaties gaan en hoe je gewoon stiekem zelf je eigen voorkeuren hebt. Zo kon ik dit limonadeflesje in Madrid gewoon niet weerstaan, rarara, door…

Dit boek blijft vooral luchtig met originele insteken: welk lettertype zou jij daten? Welk beroep zou een lettertype hebben? In welk lettertype komt een artikel geloofwaardiger over?

‘Why fonts matter.’ was een leuk tussendoortje om te lezen. Heb ik nu compleet door hoe lettertypes werken? Nee, dan zou het boek een andere titel gekregen hebben. Maar ik zal er ongetwijfeld nog iets bewuster mee omgaan. En er misschien nog wat meer mijn hoofd over breken.

Zelf een testje doen? Dat kan in Hyndmans Type Tasting Lab

Als proevertje voor het boek, een TED talk van Sarah Hyndman:

 

Hark van Noa

Hark van Noa is een organisatie met, van, voor en over groentjes. Ze zijn een gloednieuwe
vereniging die een stukje grond mag bewerken van de gemeente Wevelgem. Voor de meesten onder
hen is het ook de eerste ervaring met de moestuin.

Voor zo’n leuk initiatief wou ik wel een illustratie maken voor hun facebookpagina en een logootje ontwerpen (mijn allereerste ooit!). Zelf heb ik absoluut geen groene vingers, maar tekenen voor groene vingers, dat zag ik dan wel weer zitten. Dat mijn zus deel uitmaakt van Hark van Noa hielp uiteraard ook wel, mwoeha.

Toen de vraag kwam, waren er nog enkele namen in beraad (Hark de Triomphe, Ploegwerk, … waren ook in de running). Ik beloofde enkele ontwerpen te maken waaruit ze dan konden kiezen. Mijn allereerste idee kwam met de naam Hark van Noa en haalde het uiteindelijk ook: groentjes en fruit beklimmen een loopplank met tuiniergereedschap naar een ark (die eigenlijk een tuinierbak is). Voor het logo kozen ze voor een simpel logo met een hark.

Deze ontwerpen, een lijntekening van tuiniergereedschap met groenten en fruit en een voorstelling van 2 moestuinenthousiastelingen, haalden het niet. Het alternatieve logo, dat voor meerdere namen kon dienen met de krans van groenten en fruit, won het niet van het logo dat expliciet naar de hark verwees:

Tot mijn verbazing werden de ontwerpen die ik het ‘makkelijkste’ of simpelste vond, de uiteindelijke winnaars. Misschien wel omdat ze heel specifiek naar Hark van Noa verwezen en niet zomaar voor een andere samentuiniergroep konden dienen?

Maar enfin, blij dat ik ze heb kunnen helpen met mijn ontwerpen, want Hark van Noa start van nul, zonder startkapitaal of materiaal, ze kunnen dus alle steun gebruiken. Like dus maar snel die facebookpagina en ga ook massaal naar hun eerste initiatief om hun moestuinproject te financieren: een heuse spaghetti- en wijnavond!

https://www.facebook.com/HarkvanNoa

Vakliteratuur: ‘Art, Inc.’

Vakliteratuur, het klinkt gewichtig, maar het is gewoon een excuus om eens lekker onderuit te zakken met een boek over illustratie op schoot. Hey, naast ontspanning levert het misschien ook wat nieuwe inzichten of zelfs inspiratie op.

‘Art, Inc.’ van Lisa Congdon is zo’n boek dat onder vakliteratuur valt. Het boek beloofde een soort handleiding te zijn waarin je te weten komt hoe je je boterham kan verdienen met kunst.

Ola, kunst met de grote K? Wel, de getuigenissen in het boek zijn van best gevestigde kunstenaars, maar je kan het gerust vertalen naar een stappenplan voor toekomstperspectieven. Beginnen doet Lisa Congdon met een geruststellend, eerder inspirerend luik: neem je tijd, durf het woord kunstenaar gebruiken, zoek je eigen stem, maar vergis je niet: zweverig wordt ze nooit.
Weg met de mythe van de arme kunstenaar, benadrukt ze vooral. Kunst en commerce kunnen hand in hand gaan, daar is helemaal niets vies aan. Ook al blijft de gedachte dat je met kunst je boterham niet kan (of zelfs mag) verdienen nog steeds opduiken in onze maatschappij.

‘Art, Inc.’ is nuchter en no-nonsense. Het boek staat vol tips en is netjes stapgewijs opgebouwd. De vragen zijn enorm uiteenlopend, maar steeds praktisch: Hoe presenteer je jezelf naar de buitenwereld toe? Hoeveel vraag je voor een werk? Wat moet er in een contract staan als je in opdracht werkt? Hoe scan je best je werk? Hoe benader je een galerij?

Minpuntje aan dit boek: het is duidelijk voor de Amerikaanse markt geschreven. Aan het overzicht van referenties en instanties heb je als Europeaan dus niet zoveel, tenzij je de US wil veroveren natuurlijk.
Tussen de hoofdstukken door staan getuigenissen van kunstenaars met telkens een korte omschrijving van hun werk, maar ik miste afbeeldingen hierbij. Als je over een visueel medium schrijft, kan je toch wel verwachten dat je lezers ook dat medium willen zién?

‘Art, Inc.’ is vooral een aanrader voor wie planmatig aan een carrière als kunstenaar wil bouwen. Zelf leek het me net iets meer een boek voor de extraverte kunstenaar die al op een behoorlijk niveau zit, maar ‘Art, Inc.’ is informatief gezien top: rechttoe rechtaan, helder geschreven en overzichtelijk.