Category: art

Vakliteratuur: ‘Your Inner Critic is a Big Jerk (And other truths about being creative)’

Bon, dàt was nu eens een boektitel die mij intrigeerde. Ik had dit boek van Danielle Krysa al een tijdje op mijn verlanglijstje staan en een boekenboncadeau was een duwtje in de rug om die dan toch eindelijk eens te bestellen. Want die innerlijke criticus heb ik zeker. En ’t is een enorme smeerlap.

In ‘Your inner critic…’ omschrijft Danielle Krysa op een luchtige, persoonlijke manier twijfels, (zelf)kritiek, blokkades en vooral hoe élke creatieveling (beginner én gevestigde waarde, jawel) hiermee worstelt.

Als er één hoofdstuk is waarmee ik iedereen over de streep wil halen om het toch eens te lezen, dan is het dat rond excuses om niet creatief te zijn, of er niet aan te beginnen. De herkenbaarheid spat van de bladzijden. Ik gebruik ze, jij gebruikt ze, iederéén gebruikt ze. En als je ze zwart op wit op papier ziet, besef je hoe belachelijk die leugens die we onszelf vertellen zijn (Het zal toch op niets trekken. Ik ben te moe door de dagjob. Het huis ligt er te vuil bij. Ik heb geen tijd. Ik heb geen opleiding als kunstenaar, …).

Krysa heeft het over hoe we onszelf geen artiest meer durven noemen zodra we volwassen worden. De angst voor het witte blad passeert. Hoe je jezelf kan wijsmaken dat het ‘te laat’ is om creatief te zijn. Hoe fouten maken bijna een must is in het creatieve proces. En ja, hoe die innerlijke criticus echt wel een enorme oetlul kan zijn. Hoe het een leuke gedachte kan zijn om hem (of haar) een naam te geven en er een cheerleader van te maken.

Oké, niet alle zaken die Danielle Krysa schrijft ben ik het volmondig mee eens, maar de grootste troef van ‘Your inner critic…’ is de emotionele geruststelling en troost die je eruit kan halen. Hashtag me too, maar dan voor (t)wijfelende creatievelingen. Grootse nieuwe inzichten zal je er misschien niet uit halen, maar het kan je uit je cocon halen en wakker schudden om actie te ondernemen in plaats van die innerlijke criticus alles te laten beheersen.
In deze ‘kijk naar mijn perfecte leven’-social-media-tijden hebben we eigenlijk (of ik toch) nood aan een gezonde brok realiteit, aan mensen die durven toegeven dat ze af en toe op hun bek gaan, dat niet elke dag vol dartelende goud poepende eenhoorns zit. En zolang je er plezier uit haalt om creatief te zijn, moet die innerlijke criticus zich gewoon koest houden. Laat hem anders dit boek eens lezen.

Judge a record by its cover: Buraka Som Sistema x Stephan Doitschinoff

Beoordeel een plaat nooit aan de hand van zijn cover of je kan een muzikale miskoop in huis halen. Da’s de regel van de muziekliefhebbers. In deze rubriek doe ik dat net wél en zet ik eens de artiest achter het ontwerp in de spotlight. De wederhelft deed toch al de muzikale keuring voor mij, ha, handig.

Eentje die er altijd tussenuit springt voor mij door de levendige kleuren en mysterieuze symboliek: de cover van ‘Komba’ van Kuduropartyploeg Buraka Som Sistema. Geen clichéschedel, maar één vol kleine schilderijtjes die nieuwsgierig maken naar meer.

Man achter de cover is de Braziliaanse kunstenaar Stephan Doitschinoff. Geen kleine garnaal, zoveel is zeker: zijn werk was al te bezichtigen in verschillende gerenommeerde musea en Gestalten heeft al enkele boeken over hem uitgegeven.
Doitschinoff gaat geen enkel medium uit de weg: schilderijen, installaties, muziek, performance (heuse stoeten zelfs), hij doet het allemaal. Religieuze en militaire symboliek gebruikt hij om net tegen het systeem in te gaan. Hij vervormt symboliek en ideologie om hedendaagse thema’s in vraag te stellen.

Oh, en als je denkt dat je zijn werk al ergens elders op een hoes gezien hebt, dan ben je misschien fan van het zwaardere genre: hij ontwierp ook al enkele covers voor Sepultura.

doitschinoff.com

Vakliteratuur: ‘Art, Inc.’

Vakliteratuur, het klinkt gewichtig, maar het is gewoon een excuus om eens lekker onderuit te zakken met een boek over illustratie op schoot. Hey, naast ontspanning levert het misschien ook wat nieuwe inzichten of zelfs inspiratie op.

‘Art, Inc.’ van Lisa Congdon is zo’n boek dat onder vakliteratuur valt. Het boek beloofde een soort handleiding te zijn waarin je te weten komt hoe je je boterham kan verdienen met kunst.

Ola, kunst met de grote K? Wel, de getuigenissen in het boek zijn van best gevestigde kunstenaars, maar je kan het gerust vertalen naar een stappenplan voor toekomstperspectieven. Beginnen doet Lisa Congdon met een geruststellend, eerder inspirerend luik: neem je tijd, durf het woord kunstenaar gebruiken, zoek je eigen stem, maar vergis je niet: zweverig wordt ze nooit.
Weg met de mythe van de arme kunstenaar, benadrukt ze vooral. Kunst en commerce kunnen hand in hand gaan, daar is helemaal niets vies aan. Ook al blijft de gedachte dat je met kunst je boterham niet kan (of zelfs mag) verdienen nog steeds opduiken in onze maatschappij.

‘Art, Inc.’ is nuchter en no-nonsense. Het boek staat vol tips en is netjes stapgewijs opgebouwd. De vragen zijn enorm uiteenlopend, maar steeds praktisch: Hoe presenteer je jezelf naar de buitenwereld toe? Hoeveel vraag je voor een werk? Wat moet er in een contract staan als je in opdracht werkt? Hoe scan je best je werk? Hoe benader je een galerij?

Minpuntje aan dit boek: het is duidelijk voor de Amerikaanse markt geschreven. Aan het overzicht van referenties en instanties heb je als Europeaan dus niet zoveel, tenzij je de US wil veroveren natuurlijk.
Tussen de hoofdstukken door staan getuigenissen van kunstenaars met telkens een korte omschrijving van hun werk, maar ik miste afbeeldingen hierbij. Als je over een visueel medium schrijft, kan je toch wel verwachten dat je lezers ook dat medium willen zién?

‘Art, Inc.’ is vooral een aanrader voor wie planmatig aan een carrière als kunstenaar wil bouwen. Zelf leek het me net iets meer een boek voor de extraverte kunstenaar die al op een behoorlijk niveau zit, maar ‘Art, Inc.’ is informatief gezien top: rechttoe rechtaan, helder geschreven en overzichtelijk.

 

Museumposes

museumposesVorig weekend bezochten we in Eindhoven het Van Abbemuseum. Rondkuieren tussen moderne kunst: heerlijk… en inspirerend. Het heeft eigenlijk best iets grappigs hoe mensen bewegen en vooral staan kijken. De hele week broeiden enkele figuren in mijn hersentjes, voor mij typische museumbezoekers met typische museumposes. Ik wou ze los van hun omgeving tekenen, om hun houdingen nog meer te benadrukken. Een beetje zoals ik een tijdje terug met toeristen deed.

Het Van Abbemuseum is trouwens echt een bezoekje waard: heldere uitleg, mooie opstelling en haalbaar in een halve dag. Je kan er aan schilderijen ruiken, audiocommentaren van kinderen beluisteren, met een notitieboek en kussen op zoek gaan naar ideale posities om kunstwerken te bekijken, je eigen minitentoonstelling samenstellen én zelfs trouwen (jawel).

Of gewoon inspiratie opdoen.

dscn4362

Van straat

DSCN4105

Wanneer we nu eens naar Brussel gaan, vroeg de wederhelft. Om het MIMA te bezoeken, ofte voluit Millenium Iconoclast Museum of Art. Klinkt nogal grootsprakerig, dacht ik eerst, PR-gewijs verkopen ze zichzelf bovendien als de vaandeldragers van cultuur 2.0., maar dit museum aan de poorten van Sint-Jans-Molenbeek zegeviert net in laagdrempeligheid.

DSCN4120werk van Swoon op de museummuren

In een industrieel pand is er plaats voor kunst van na 2000, van kunstenaars die de klappen van de zweep leerden via (vaak illegale) street art, maar wiens werken nu dus de muren van dit piepjonge museum tooien. Wat MIMA zo speciaal maakt is dat ze met hun eerste tentoonstelling ‘City Lights’ vijf Amerikaanse kunstenaars carte blanche gaven om elk een ruimte in het museum aan te pakken. Très street als je bedenkt dat de volgende werken waarschijnlijk gewoon over de vorige creaties zullen komen en de tijdelijkheid van de straat zo binnensmuurs verhuist. Ga vooral zelf eens zien. En houd vooral ook halt bij de making of filmpjes.

 

DSCN4109Swoon

DSCN4113DSCN4114MOMO

DSCN4118Steve Powers

Terwijl we toch in Brussel waren, konden we even goed even door de stad zwerven. Enkele adresjes bezoeken die ik me nog herinnerde van toen ik er jaren terug werkte en wat nieuwe hoekjes verkennen…

 

Plaizier

Hier haalde ik altijd kaartjes voor alle mogelijke gelegenheden, of gewoon voor mezelf. Nooit ergens elders zijn gelijke gevonden! Hier stap je met veel ‘plaizier’ binnen, en stap je altijd wel met iets buiten. U weze gewaarschuwd.

plaizier

 

Sterling book shop

Mijn favoriete bestemming als ik een lange winkelpauze nam vroeger. Sterling book shop is een onafhankelijke boekhandel volgestouwd met Engelstalige literatuur. Voor leuke boekengadgets ben je er ook aan het goede adres, of gewoon om naar de sappige (Engelse) accentjes van de verkopers te luisteren terwijl je door al dat leesmoois bladert.

sterling book shop

 

Walvis

youcaneatatwalvisIk had al veel over deze kroeg gehoord, maar was er nog nooit binnen geweest. Aangezien we rond de middag in Brussel arriveerden, sprak het bord aan de gevel tot onze verbeelding. Voor een simpele lunch aan een vriendelijk prijsje zit je hier dus goed. Andere indruk: de typische Brusselse no nonsense sfeer. Maatpak, bobo en hipster zitten hier naast elkaar zonder op te meten of ze wel tot elkaars posse horen. walvis

 

Voor leuke cafeetjes moet je zeker aan het Sint-Goriksplein zijn, waar kleurrijke terrasjes elkaar verdringen. Wandel intussen ook eens de Kartuizersstraat in en je hebt meteen enkele leuke (concept) winkels op een rij.

DSCN4130

Het Zinneke, Kartuizersstraat, eens iets anders dan Manneke Pis

 

De voeten waren overmoedig, dus besloten we nog eens tot aan het Vossenplein in de Marollen te wandelen. De straatwerkers waren de restanten van de rommelmarkt al aan het opruimen, maar de vintage (tiens) adresjes loeren hier net om de hoek. Wij stootten op Superstrat, zelfverklaarde vitrine op jonge creatievelingen. Objecten en juwelen die net dat tikkeltje anders dan anders zijn. Fijn!

superstrat

Op de terugweg naar het station stopten we nog even aan de Montana shop. Kwestie van de cirkel van de daguitstap helemaal rond te maken, street art style.