Category: Lemon Lizzie designs

MATS B: party paper

En dan was het zover: de laatste en 5de markt die ik mocht verkennen via de online cursus MATS B: party paper (meer uitleg over MATS vind je in deze blogpost). Een sectie waar ik zelf wel al eens in winkels bij blijf hangen: cadeaupapier, gift tags, slingers, servetten, enfin, àlles dat een feestje of een pakje kan opleuken. Essentie? Het moet leuk en feestelijk zijn (duh).

Voor onze ‘mini’-oefening, waarin je jezelf wat speeltijd met het onderwerp gunt, moesten we Oekraïense of Beierse motieven schetsen. Versieringen uit deze hoek van de wereld neigen duidelijk richting fauna (vooral pauwen en hanen) en flora op een gestileerde manier. Symmetrie valt ook hard op.
Ik had vlak voor de opdracht 3 kleurpotloden gekocht om eens een nieuw merk te testen en besloot om me bij het schetsen aan deze 3 kleuren te houden (ik lees even af): zalmroze, malachietgroen en staalgrijs, 3 kleuren die verbazend goed samengingen. Ideaal, aangezien ik niet de typische kleurschema’s van de Oost-Europese motieven wou kopiëren.

Voor de ‘echte’ schoolopdracht moest je een papieren bord en een servet ontwerpen voor een feestje. Wie heel wild wou gaan mocht ook nog een papieren beker bij maken, maar alles moest dus feestelijk geïnspireerd zijn door de tekeningen die je eerder gemaakt had.
Toegegeven, het onderwerp lag niet meteen binnen mijn comfortzone. Plus, ik was ook wel bang dat ik gewoonweg traditionele motieven zou kopiëren zonder iets ‘eigens’ eraan toe te voegen. Toen ik wat vast zat, besloot ik een review te bekijken (de bespreking van vorige resultaten van studenten zit ook inbegrepen in de online cursus). Daarin kwam ter sprake dat menselijke figuren in een ontwerp steken (ik speelde met dit idee) gevaarlijk kon zijn in de party paper markt: je houdt je ontwerp namelijk best zo ‘neutraal’ mogelijk. Met menselijke figuren neig je vaak naar bijvoorbeeld een specifiek ras / cultuur. Eigenlijk moest je het uitgangspunt van Oost-Europese folkkunst proberen om te vormen naar een grotere algemene deler.

De mensjes werden uit mijn idee geschrapt en daarna ging het vlot: ik koos resoluut voor Illustrator en maakte eerst de servet door gestileerde bloemen en motieven symmetrisch te combineren. Het bord kreeg een strakke pauw (met wat terugkerende bloemen) en ik gooide er nog een geometrisch bloemenpatroon bij voor een beker. De hele tijd hield ik me aan mijn oorspronkelijk selectief kleurenpalet.
Ik was aangenaam verrast wat ik op korte tijd kon ontwerpen. Enige minpuntje in mijn ogen: je kan niet echt zien dat het van mij is. Het heeft geen persoonlijke Lemon Lizziestempel… In de cursus kwam het vaak ter sprake dat een handmaaktouch je vaak een beentje voor geeft op anderen omdat dààrin je eigenheid zit. Hier heb ik het echt eerder commercieel aangepakt. Maar eerlijk: ik ben trots op het resultaat. Ik zie het als een stap vooruit in inzicht krijgen in wat ik zelf uit een winkelrek zou pikken. En laat dàt tenslotte misschien nog de grootste les zijn: uiteindelijk ontwerp je best iets dat je gewoon zelf zou willen hebben, nietwaar?

Amber

Dit geboortekaartje was een echt ‘specialleke’. Niet alleen was het er eentje voor de eerste spruit van mijn jongste zus Oona en haar wederhelft Tim, maar die spruit is ook mijn metekindje. Bon, mocht het nog niet duidelijk zijn: the pressure was on.

Oona en Tim hadden een duidelijk idee van wat ze wilden (altijd handig). Geïnspireerd op een ander geboortekaartje dat ze online gevonden hadden wilden ze een opeenstapeling van voorwerpen in de hoogte met hun meisje ertussen. Die items mochten verwijzen naar hun hobby’s en/of zaken die hen typeren. Mocht je het er zelf nog niet uit gehaald hebben: er zitten hints in naar drummen, schrijven, cinema, reizen, verbouwingen en krachtbal. Kat Molly kreeg bovenop het kastje ook haar eigen ondeugende plekje.
De voorkeur voor appelblauwzeegroen (zie achtergrond) blijkt trouwens ook een familietrek te zijn, mhihi.

De tekening kwam er behoorlijk vlotjes. Het lettertype vinden, lag wat moeilijker. De naam, die mocht ik namelijk niet weten. Na wat aandringen (Ah ja, hoe weet ik anders welk formaat kaartje het moet worden?), mocht ik wél het aantal letters weten, maar ik had dus geen idee hoe de naam er in het gekozen lettertype zou uitzien. Daar zijn best wat mysterieusdoenmailtjes over heen en weer gegaan, manman.

Supertrots op mijn zusje en Tim en mijn metekindje (tromgeroffel)… Amber (ja, supernaam, hé!)! Dat zal hier niet de enige tekening blijven die ze krijgt van mij…

MATS B: editorial

Naar opdracht 4 van MATS B had ik eigenlijk immens uitgekeken. Editorial, dat kan gaan van boeken tot magazines en kranten. Je maakt in feite een illustratie bij een artikel, een concept of een verhaal. Als ik een geïllustreerd artikel zie, kijk ik altijd eens na wie de maker van de tekening is. En vind ik ze echt mooi, dan knip ik ze uit om te bewaren, want vaak gebeurt het dat de illustraties kunstwerkjes op zich zijn. Gratis kunst in de gazet, hoezee!

De ‘mini’ of opwarmoefening was de naam van de stad of plaats waar je woont ‘beletteren’, met de hand in een lettertype uittekenen dus. Hand lettering zie je tegenwoordig overal, op een krijtbord aan je favoriete eettent, handgeschreven quotes op Pinterest, workshopreeksen hierrond vind je ook meer en meer. In deze digitale tijd een opvallend teruggrijpen naar oude methodes: voor de meesten onder ons is het toch van het eerste leerjaar geleden dat we nog eens in schoonschrift tussen lijntjes moesten schrijven, nietwaar?

De grote opdracht dan: je moest een kaart van de stad of plaats waar je woont (of je favoriete stad) illustreren. Een geïllustreerde kaart kan veel meer dan google maps of streetview: je kan persoonlijke accenten leggen. Toon je liever de sfeer van de stad, de omgeving, fauna en flora of teken je bijvoorbeeld je favoriete adresjes? Je kan hyperinformatief gaan of hypersubjectief, aan jou de keuze.

Ik had eigenlijk zelf al met het idee gespeeld om eens een kaart van mijn thuis, Wevelgem, te illustreren. Nog tot eind augustus kan je er in mijn vroegere school, het Sint-Pauluscollege, terecht voor een tentoonstelling rond zijn architect Vjenceslav Richter, het gebouw was namelijk oorspronkelijk het Joegoslavisch paviljoen tijdens Expo 58.
Toen ik de tentoonstelling aangekondigd zag, vroeg ik me meteen af of mensen daarvoor speciaal naar Wevelgem zouden komen. En zoja, wat konden toeristen anders nog beleven in Wevelgem? Wat zou ik hen tonen? Daarvan ben ik uitgegaan.

De research was uiteraard alom fun. De fiets op en foto’s maken, zalig. De selectie viel iets moeilijker. Uuuuuren heb ik aan de gebouwen getekend (blijkbaar ga ik eerder voor realisme als het over gebouwen gaat), dus elk gebouw dat ik zou moeten weglaten deed pijn. Ik heb uiteindelijk mijn keuze beperkt tot het centrum van Wevelgem en moest hier en daar wat plekjes weglaten omdat ze gewoon te ver buiten het centrum lagen.

We kregen aangeraden om via google maps een kaart te maken van de verschillende locaties, zo kon je visueel al meer de layout van je kaart zien. Probleem bij Wevelgem was dat tussen het centrum en een stukje bij de Leie, dat ik er absoluut in wou, er een grote ‘leegte’ qua bijzondere plaatsjes zat. Ik heb serieus geworsteld met hoe ik het visueel wou aanpakken en besloot uiteindelijk om gewoon te zeuren en het saaie stuk weg te laten, waardoor de plaatsen visueel dichter bij elkaar liggen dan in werkelijkheid.

Qua kleuren heb ik alles beperkt gehouden. Een veel gehoorde tip was dat je oriëntatiepunten moesten opvallen ten opzichte van de achtergrond. Ik wou het handgetekende aspect behouden (en eerlijk, nog eens àlles digitaal overtekenen ging me nog wat extra weken gekost hebben) dus hield ik alles gewoon in potloodlijnen en ongekleurd, alsof ik de iconen uitgescheurd had en op een plattegrond geplakt heb.
Maar bon, dit is dus mijn thuis, Wevelgem, en mijn favoriete plekjes, op mijn manier getekend…

MATS B: scrapbooking

Crapbooking, die woordspeling is wel eens door mijn hoofd gegaan tijdens dit deel van de cursus. Nope, niet – mijn – markt – punt. Heb ik het eigenlijk wel een kans gegeven? Toegegeven, misschien niet echt.

Bon, scrapbooking, watte? Ga eens langs bij je lokale hobbywinkel en jawel, ze gebruiken wel degelijk dit woord. De term slaat in mijn ogen op papierwaren (en aanverwanten) die specifiek dienen om te knutselen: kaartjes, fotoalbums versieren, enfin, het betere knip- en plakwerk. Dààr ligt misschien mijn onwelwillendheid: ik ben zelf nooit fan geweest van knippen en plakken (eerder het omgekeerde), dus ik heb totaal geen affiniteit met deze markt en kén ik die ook gewoon niet goed.

Het minithema waarrond je moest schetsen en die ook het onderwerp van de grote opdracht werd was cruiseschepen. Ook een onderwerp dat me niet meteen aansprak. Ik kwam al snel op zeemansknopen, ankers en palmbomen uit, de cliché shizzle. Daardoor verloor ik ook wat mijn enthousiasme.

Ik wou per sé met potlood werken. Achteraf gezien niet echt een goed medium voor het onderwerp en karma zat waarschijnlijk om de hoek te loeren toen mijn potloodpunten na elke slijpbeurt bleven afbreken (nota aan mezelf: als je nog in het buitenland potloden koopt: steek ze dan in de terugvlucht in je handbagage!).

Kwam nog eens bij dat ik enorm worstelde met mijn time management omdat ik in mijn day job tijdelijk van een parttime naar een fulltime ging (extra geld is leuk, maar ola, wat mis ik mijn tijd!). Enfin, a recipe for disaster.

Desalniettemin (lang geleden dat ik dit woord nog eens gebruikt heb) ben ik blijven volhouden tot ik van een zekere vorm van eindresultaat kon spreken, een vierkante scrapbookingpagina met mogelijke ideetjes voor stickers, blocnote en labeltjes rond het thema scrapbooking. Nostalgie moest eruit spreken en correspondentie moest je ook als thema in het achterhoofd houden. Hieronder het resultaat.

Het is duidelijk niet mijn beste werk. Mijn wederhelft zei van bij het schetsen al dat mijn tekeningen duidelijk schreeuwden dat ik me niet amuseerde. En da’s nu net wat ik wél in mijn tekeningen moet krijgen.

Bon, om Piet Huysentruytgewijs af te sluiten, wat hebben wij vandaag geleerd?

*  Sommige onderwerpen zijn gewoon niet mijn ‘ding’ en dat vertaalt zich in de tekening.
*  Het voornaamste is dat ik mij moet amuseren in het creatieproces, zoals lesgeefster Lilla Rogers het omschrijft: “People buy your joy“. Past er mij iets echt niet, pech, beter eerlijk zijn daarin en daarna, hup, op naar het volgende.
*  Door zo’n tegenvallende opdracht sterkt het mij net in mijn overtuiging dat ik niet moet zitten wachten op een opdrachten van anderen om te tekenen (hoewel die zéker mogen komen natuurlijk, bijvoorbeeld via dit contactformuliertje hier!). Ik wil ook zelf zaken creëren en liefst ze ook in producten omzetten. Maar dan moet ik in de eerste plaats eigenlijk voor mezelf creëren en niet voor wat misschien bij anderen in de smaak zou vallen.

En nu, hup, op naar het volgende!

MATS B: Baby apparel

De 2de markt die de online cursus MATS B verkent (MATS quoi? Lees hier meer) is baby apparel ofte babykledij. Ik heb zelf geen kindjes, maar passeer ik een kleine kinderspeciaalzaak, dan loop ik vaak eens binnen. Babyspullen hebben vaak interessante, vrolijke illustraties en zijn, geef toe, véél kleurrijker en interessanter dan spullen voor de volwassen markt (hoewel de Scandinavische trend van de laatste jaren het kleurgebruik af en toe wat terug schroeft tot subtiele pastels).
Bon, ik vind kinderspullen gewoon de max en houd zelf wel van speelse toetsen, zowel in interieur (ja, ik koop al eens iets voor mezelf in zo’n kinderwinkel) als in kledij (“wààrom hebben ze dat niet in volwassen maat?”).

De mini, ofte de opwarming voor het babykledijontwerp was geluksbrengers schetsen. Waar ik bij opdracht 1 meteen al superenthousiast raakte, was geluksbrengers een iets lastiger onderwerp. Misschien omdat het voor mij nogal snel over clichébeelden ging (regenbogen en eenhoorns zijn er al genoeg op de kindermarkt) of het mij gewoon tout court minder aansprak.
De klik kwam er toen ik mijn research concentreerde op Japanse geluksbrengers. Japan staat sowieso bovenaan mijn lijstje droombestemmingen en door het opzoekwerk kwam ik nog het één en ander van het Japanse (bij)geloof te weten terwijl ik nieuwe schetsen maakte, handig.

Ik had al snel verschillende icoontjes getekend, maar het samen zetten verliep alles behalve vlot. In de kindermarkt zie je vaak patronen, zeker bij kledij, en een patroon ontwerpen was hier ook wel wat de opdracht (hoewel die zich niet noodzakelijk moest herhalen). Keuzes maken is helaas niet mijn sterkste punt, dus het getwijfel over wat ik wél en niet wou gebruiken, zette me een tijdje vast.
Bovendien raadde de opdracht aan om verschillende ‘coordinates‘ te maken, dit zijn patronen die je kan combineren met je hoofdpatroon (bijvoorbeeld broek in het ene patroon, top in een ander patroon), of die gewoon passen in dezelfde lijn. Geen verplichting, maar ik wou hier écht eens mijn tanden in zetten.
Reken erbij dat ik al mijn oorspronkelijke schetsen in Illustrator helemaal opnieuw getekend heb (zònder tekentablet), dan duurde dit deel bijzonder lang en heb ik heel wat dipjes gekend.
Ik ben blij dat ik het volgehouden heb, ben trots op het werk dat ik verzet heb, maar de twijfels bij mijn ontwerp blijven. Bij dit deel worstelde ik echt wel met een rollercoaster van gemoedstoestanden, van ‘hoezee, ik heb een leuk idee!’ tot ‘dit trekt op niks’. Ugh.
Nu, dat is een fenomeen dat wel al eens meer bij creatievelingen voorkomt blijkbaar. Om af te sluiten een cartoon van Britse illustrator Gemma Correll die het perfect samenvat: